Gordijnen met lussen

Gordijnen, voorzien van lussen aan de bovenkant, hebben vooral een decoratieve uitstraling, de functionaliteit ervan is echter wat beperkt doordat ze wat lastiger open en dicht zijn te schuiven. Ze zijn wel bijzonder goed op te nemen met een embrasse. Je ziet ze vaak in combinatie met houten roeden en stralen daardoor al snel een landelijke en gezellige sfeer uit.

Er zijn 2 verschillende confectiemethoden voor gordijnen met lussen:

1) lussen die strak op het gordijnband gestikt zijn; voor een wat nonchalantere gordijnophanging
2) lussen die in een stolpplooi gestikt zijn; voor een gelijkmatigere plooival

Gordijnen met gordijnlussen strak aan de bovenkant

Gordijnen met gordijnlussen strak aan de bovenkant van het gordijn; de gordijnlussen worden hierbij aan de bovenkant van het gordijnband vastgestikt. Er ontstaat een plooival als het gordijn aan de roede wat in elkaar geschoven wordt, zodat de tussenruimte naar voren of naar achteren valt.

Maat van de lus: 10 cm hoog x 5 cm breed.
Tussenruimte tussen de lussen: 10 à 12 cm.
Stofverbruik: het gordijn moet breder gemaakt worden dan de roede om een plooival te kunnen creëren. Roedelengte x 2.0 = stofverbruik in de breedte. De hoogtemaat van het gordijn is de maat inclusief lus.

Gordijnen met gordijnlussen voorzien van stolpplooien

Gordijnen met gordijnlussen voorzien van stolpplooien; het gordijn wordt aan de bovenkant voorzien van stolpplooien. De gordijnlussen komen daarbij uit de stolpplooi.

Maat van de lus: 10 cm hoog x 5 cm breed.
Tussenruimte tussen de lussen: 10 à 12 cm.
Stofverbruik: de lengte van de roede is de breedtemaat van het geplooide gordijn. Roedelengte x 2.5=stofverbruik in de breedte.